Olympisch Schermen

Schermen is sinds de (her-)start van de Olympische Spelen in 1896 in Athene een Olympische sport en een van een kleine groep sporten die op elke editie kon worden beoefend. Tijdens die eerste Spelen werd er (uitsluitend door heren) geschermd op floret en sabel. De florettisten werden onderverdeeld in ‘gewone’ schermers en schermleraren.
Tijdens de Olympische Spelen van 1900 in Parijs verschenen er ook degenisten op de loper. Bij alle drie de disciplines werden de schermleraren in een aparte categorie ingedeeld.

Vanaf 1904 (St. Louis) verdween dat onderscheid een beetje. Nieuw waren de onderdelen floret als team en stokschermen. Het laatste onderdeel kwam in volgende Spelen niet meer terug, het team-schermen wel. Niet alleen op floret, maar ook op sabel en degen.

Het team-schermen sabel is een van de weinige disciplines waarop Nederlandse schermers meermalen een – bronzen – medaille wisten te behalen (namelijk in 1906, 1912, 1920 en 1924). De eerste dames verschenen pas in Parijs, in het jaar 1924, op de Olympische loper. Tot de Spelen van 1996 in Atlanta schermden zij uitsluitend op floret (eerst alleen individueel, vanaf 1960 ook als team). In 1996 kwam daar ook de degen bij, en in 2004 (Athene) de sabel.

Arie de Jong, 6 keer deelgenomen aan de Olympische Spelen

Toplanden qua schermen binnen de Olympische Spelen zijn ItaliĆ«, Frankrijk en Hongarije. Nederland heeft sinds 1924 (die bronzen plak voor de sabelschermers als team) geen medaille meer gehaald. In 1906 (Athene) won George van Rossum zilver voor het onderdeel ‘sabel 3 treffers’, Hendrik van Blijenburgh brons op ‘degen individueel’, en het sabreursteam brons. In 1912 (Stockholm) namen zowel ons sabel als ons degen-team een bronzen medaille mee naar huis. In 1920 (Antwerpen) scoorden Arie de Jong (sabel individueel) en het sabel-team brons. En in 1924 zoals gezegd opnieuw het sabel-team. Arie de Jong onderscheidde zich niet alleen door die medaille, maar vooral ook dat hij tot 6x toe deelnam aan de Olympische Spelen en daarmee tot de top behoort binnen Nederland.

Schermend naar de top

Wie schermt, traint bijna ongemerkt allerlei vaardigheden als oog/hand-coƶrdinatie, observatievermogen, balans, spierbeheersing, vooruit denken en plannen, omgaan met spanning en reactiesnelheid. En dat is weer voordelig binnen allerlei andere gebieden in het leven. In het leger was schermen dan ook lange tijd een vast onderdeel bij het trainen van onder andere piloten. De top van de internationale schermwereld bestond zelfs lange tijd vooral uit militairen.

Ook generaties amateurschermers wisten hun ‘schermvaardigheden’ toe te passen in opleiding, wetenschap en bedrijfsleven. Tegenwoordig zijn er steeds meer bedrijven of scholen die hun mensen met deze sport willen laten kennismaken, juist om bovengenoemde eigenschappen en vaardigheden (of het gebrek eraan) aan het licht te brengen en te trainen. Workshops en schermclinics, onder andere als onderdeel van personeelstrainingen en bedrijfsuitjes, voorzien dan ook zeker in een behoefte.

Het is een hele nieuwe ’tak van sport’ met een ander type schermers en met andere doelstellingen dan die van de sportieve schermer, die dan ook een eigen aanpak vraagt qua lesmethode en organisatie.